Het klooster is in 1899 gebouwd naar ontwerp van de architect J.H. Tonnaer uit Delft in opdracht van de Franciscanenorde, De uitvoering was in handen van aannemer Jan Gommarus van der Linden, die een werkplaats bezat aan de Voorstraat. Opzichter was H. Voogden. Het klooster is gebouwd op een deel van de tuin achter de r.k. kerk. De kort tevoren gebouwde pastorie moest wijken omdat deze in de weg stond, Op 18 oktober 1897 werd de eerste Steen gelegd naast de hoofdingang door Pater Provinciaal Stephanus van de Burgt en pastoor F. Aghina. Onder de steen kwam een metalen koker met een gekalligrafeerde stichtingsoorkonde waarop de namen van de regerende paus, koningin, pastoor. aannemer, architect enzovoort en een exemplaar van alle zilveren munten van een stuiver lot een rijksdaalder. Op 2mei 1898 was het hoogste punt bereikt. Begin april 1899 was het klooster voltooid, inclusief de verbinding met de kerk, Op 2 mei vond de plechtige inwijding plaats.
Op de begane grond bevonden zich een gastenkwartier, refter, keuken, bibliotheek, sacristie, kapittelzaal en een bergruimte. De verbinding met de kerk was via de recreatiezaal, thans het parochiecentrum 'De Dam. Op de verdieping lagen het dormitorium met zesentwintig cellen, een kapel en ziekenboeg. op de zolderverdieping waren nog eens zestien cellen voor Lekenbroeders, voorts een naaiatelier en opslag voor pijen voor reizende paters.
Vanaf 1920 was in hot klooster het centrum voor missiewerk van de Franciscanenorde gevestigd. In 1958 vond nog een aanbouw plaats. Leegloop van de orde leidde uiteindelijk tot de verkoop van het kloostergebouw aan de gemeente Woerden in 1978. Het missieprocuur gebouw werd in 1961 afgebroken in verband met de aanleg van een parkeerterrein, In het klooster is thans het Kunstencentrum gevestigd, De hoofdstructuur van het gebouw is grotendeels behouden. En ook van de originele interieuronderdelen is redelijk wat bewaard gebleven.
Het in baksteen opgetrokken gebouw bestaat uit twee bouwlagen onder een omlopend schilddak gedekt met leien, Op het dak staan dakkapellen met schilddakjes. De vier vleugels zijn gegroepeerd rond een vierkante binnenhof. De tuin is verdwenen door het aanbrengen van een overkapping ten behoeve van een theaterzaal. De voorgevel aan de zijde van de Wilhelminaweg is symmetrisch ingedeeld met de centrale hoofdingang, De achtergevel heeft in het midden een uitbouw waarin zich boven elkaar twee kapellen bevinden en een uitgebouwd trappenhui& Rechts hiervan is een moderne glazen liftschacht geplaatst. Via een tweelaags hoge tussenbouw onder een plat dak met kantelenbalustrade is het klooster verbonden met de zuidelijke transeptarm van de Bonaventurakerk.
De gevels zijn voorzien van een pilastergeleding of vlakke steunberen met natuurstenen afdekplaat, rondboogfriezen en uitgemetselde kordonbanden als afscheiding van het trasraam en de verdieping. Binnen enigszins verdiepte gevelvelden zijn vensters met kruiskozijnen of gekoppelde roeden schuifvensters geplaatst onder ontlastingsbogen. Een gemetselde trap leidt naar een risalerende ingangspartij met een trapgevel. Binnen een verdiept portaal is een dubbele opgeklampte houten deur met sier hang- en sluitwerk geplaatst waarboven een rondboogbovenlicht met vierpasmotief. Op de verdieping zijn twee kruiskozijnen te zien en op de zolderetage is lussen twee smalle schuifvensters onder een baldakijn een beeld van de H. Franciscus geplaatst.
In het gebouw zijn de gangen voorzien van kruisribgewelven tussen gordelbogen. De verschillende zalen hebben rol- en kruisribgewelven, Op de verdieping en de zolder bevinden zich aan weerszijden van een omlopende gang kleine vertrekken, Dit zijn de voormalige cellen van de inwonende geestelijken. Enkele beschikken over de originele eikenhouten tochtportalen




